|
De oudste vermelding van Grevenbicht ('Grevenbiecht') stamt van 1400. Het nabij liggende Obbicht heeft hetzelfde grondwoord als Grevenbicht. Bicht verwijst waarschijnlijk naar de oorspronkelijke ligging van de plaatsen bij een bocht in de Maas. Nadat twee gelijknamige nederzettingen waren ontstaan, aangeduid als Bicht of Biecht werden de plaatsen van elkaar onderscheiden met de voorvoegsels 'Op' en 'Greven'. Begin veertiende eeuw was het gebied van Grevenbicht een heerlijkheid in bezit van Godfried van Heinsberg. In de loop van die eeuw kwam dit Bicht met Heinsberg in bezit van de graaf van Loon en kreeg het de naam Grevenbicht.
In 1472 nam een dochter van de graaf de heerlijkheden Heinsberg en Grevenbicht als huwelijksgeschenk mee in haar echtverbintenis met hertog Willem van Gulik. Tot 1567 werd Grevenbicht door de hertogen verpand, daarna trachtte men Grevenbicht te incorporeren in het Gulikse ambt Born. De onderdanen van Grevenbicht bleven zich echter verzetten tegen het betalen van belastingen die door het ambt Born werden opgelegd. Ook bezat Grevenbicht een eigen schepenbank. In 1646 erkende de hertog van Gulik de vrijheid van Grevenbicht ten opzichte van het ambt Born. Kort daarna verkocht de hertog de grondheerlijke rechten van de heerlijkheid Grevenbicht aan Johan Arnold Graaf van Leerodt. Tot de Franse Tijd (1794) bleef Grevenbicht in bezit van de familie de Leerodt.
In 1794 werd de regio bezet door de Franse revolutionaire legers. Grevenbicht ging vanaf 1795 met zestien andere plaatsen onderdeel uitmaken van de municipaliteit Sittard. Vanaf 1798 met negentien andere van de municipalité du Canton Sittard. In 1800 kregen gemeenten de laagste bestuursbevoegdheden toebedeeld. Grevenbicht werd, met het gehucht Boyen op de westelijke oever van Maas, een aparte gemeente. In 1801 werd het gebied als deel van het Departement van de Roer ingelijfd bij Frankrijk.
Na de Franse tijd maakte de gemeente in de jaren 1815-1830 deel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (Nederland en België), in de jaren 1830-1839 van België en vanaf 1839 van het huidige Koninkrijk der Nederlanden. De grondwet van 1848 en, daaruit voortvloeiend, de gemeentewet van 1851 stelden de raad aan het hoofd van de gemeente. Als uitvloeisel van de afscheiding van België werd in 1852 het gehucht Boyen toebedeeld aan de Belgische gemeente Stockem.
Grevenbicht bleef tot 1982 een zelfstandige gemeente. Per 1 januari 1982 ging Grevenbicht met Born en Obbicht-Papenhoven de nieuwe gemeente Born vormen.
Op 1 januari 2001 werden Born, Geleen en Sittard gefuseerd tot één gemeente: Sittard-Geleen.
Belangrijke publicaties over de geschiedenis van Grevenbicht: A. Munsters M.S.C., ‘Grevenbicht-Heinsberg’, in: De Maasgouw 64 (1944) 13-20 F.Th.W. Smeets, ‘Grevenbicht en de heren van Grevenbicht’, in: Born, een koninklijk domein met een boeiend verleden 235-236 (Born 1978)
Guus Janssen e.a., Dorp aan de Maas (1995) A.M.P.P. Janssen e.a., Godt bewaert de sinen in noot, 500 jaar protestantisme in Grevenbicht (Sittard 2001)
|